Op zaterdag 7 april 2018 organiseerde de Landelijke Instelling Pokrof een viering om in dankbaarheid afscheid te nemen van Harrij Sterenberg: Harrij is per 13 december 2017 met emeritaat gegaan. De dag begon met de viering van de Goddelijke Liturgie in de kerk waar Harrij tot priester is gewijd: de Sint Antoniuskathedraal in Breda. Omdat Harrij liever geen hoofdcele­brant wilde zijn, nam Johan Meijer deze functie met liefde over. Hij stelde met Paul Brenninkmeijer een liturgisch team samen. Aansluitend was er voor zo’n 200 man een lunch in Hotel-Restaurant Princeville in Breda, aangeboden door de Landelijke Instelling Pokrof.

 

Harrij Sterenberg neemt in Bredase kathedraal afscheid in katholiek-Byzantijnse sfeer

(c) Jan Stads/Pix4Profs

 

De sfeer in de Bredase Antoniuskathedraal zal zaterdag 7 april anders zijn dan normaal. Vanwege het emeritaat van Harrij Sterenberg wordt een katholiek-Byzantijnse viering gehouden. Meer dan in de Rooms-katholieke mis worden de menselijke zintuigen aangesproken: iconen, wierook, zang, gewaden.

De christelijke kerk telt vele vertakkingen. De katholiek-Byzantijnse is er een van, valt onder de Roomse kerk, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Grieks- en Russisch orthodoxe kerken. Aanvankelijk bestonden deze gemeenschappen (en koren) in Nederland uit voormalig Oost-Europeanen, later sloten Nederlanders zich daar bij aan. ‘Hen boeit een liturgie die niet afhankelijk is van het persoonlijke stempel van een voorganger. Dat biedt ruimte om de aandacht te vestigen op het Heilige, om uit te stijgen boven het individuele en alledaagse’, meldt het Byzantijns Netwerk Nederland op de website.

Pastorale arbeid

Harrij Sterenberg (70) verrichtte jarenlang pastorale arbeid bij de Byzantijnse gemeenschappen. Pas na een lange zoektocht belandde hij in deze kerk. “Mijn vader was katholiek, mijn moeder niet. Om te kunnen trouwen moest zij katholiek worden. Mijn vaders opa had hetzelfde meegemaakt. ‘Zijn jullie helemaal belazerd’, dacht ik, ik ga zoeken naar wat ik zelf wil. Ik was in Amsterdam lid van een poppentheatergroep. Als kunstenaar moet je wat te vertellen hebben, maar dat had ik niet. Daarom ben ik bij de Emmausstichting in Haren gaan werken. Ook dat was het niet, dus ging ik les geven, expressie door woord en gebaar, om meer te participeren in de maatschappij.”

Vlak bij Haren staat in St. Hubert een orthodox klooster. “Daar is mijn belangstelling voor die volkomen andere vormgeving ontstaan.” Hij werd lid van het koor, maar haakte af toen hem met zachte drang werd gevraagd orthodox te worden. “Ik ben er nooit meer geweest. Ik ben zo op mijn hoede voor die zieltjeswinnerij.”

Kluizenaar

Wel was zijn liefde voor de Byzantijnse liturgie geboren. Hij besloot minder te gaan werken. Liet zich tot kluizenaar zegenen, wilde priester worden. Zo belandde hij in het bisdom Breda, ook al woont hij binnen de grenzen van bisdom Roermond, in Nunhem. “Ik heb alle bisschoppen gevraagd: wilt u mij onder uw hoede nemen? Bisschop Ernst van Breda was daartoe bereid, voor vier jaar. Ik ben bij Bovendonk (Hoeven) de Romeinse ritus gaan studeren en vervolgens in Brussel de Byzantijnse ritus. En ben gewijd door bisschop Muskens. Ik ben heel tevreden dat ik in Breda belandde. Door de spiritualiteit van bisschop Ernst en door de maatschappelijke betrokkenheid van Muskens.”

‘Vader’ Sterenberg, zoals hij wordt genoemd, kreeg een druk bestaan. “Een jaar of twintig geleden had ik wel twaalf of dertien Byzantijnse groepen, waaronder in Roosendaal. Ik werd als een biljartbal door heel Nederland gestuurd. Daar moest ik dit doen, daar dat.”

Het werd hem te veel: “Dit is mijn dood, dacht ik. Dit heeft niks meer te maken met mijn zoeken naar waar gaat het om in het leven.”

Dilemma

Hij kwam voor een dilemma te staan. “Ik kan mijn kerkfamilie toch niet in de steek laten? Aan de andere kant, ze vreten me op zonder dat ik er iets voor terugkrijg. Ik heb een mevrouw in de geestelijke begeleiding. Is ooit verstoten door haar familie. Ze vindt dat ik haar geestelijke vader ben. Dus moet ik helemaal beantwoorden aan wat zij vindt dat ik moet doen. Dát bedoel ik met opvreten.”

Hij vindt de kerk ook te intellectueel, te zeer gebonden aan wetten. “Gaat het in de kerk nog wel over God? Die discrepantie heeft ertoe geleid dat ik vervroegd met emeritaat te ga, eigenlijk had ik tot 75 jaar door moeten gaan.”

Toch is hij dankbaar voor de eredienst in de Antoniuskathedraal. “Pokrof (Instelling Katholieke Gemeenschap van de Byzantijnse ritus) heeft dat voor me geregeld. Er is een dienst en daarna bij Princeville een lunch met 200 man. Dat heb ik nog nooit meegemaakt! God zij dank hoefde ik niet uit te leggen dat ik de liturgie niet zelf wil celebreren.”

Bron: BN De Stem, 5 april 2018